ECLI:NL:RBARN:2011:BU2099
Rechtbank Arnhem
- Raadkamer
- C. van Linschoten
- M.G.J. Post
- W.L.J.M. Duijst
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid vordering herroeping voorwaardelijke invrijheidstelling en toekenning schadevergoeding
Verzoeker werd op 11 mei 2011 voorwaardelijk in vrijheid gesteld onder voorwaarden. Na een overtreding van deze voorwaarden werd hij op 22 juli 2011 aangehouden en zijn vrijheid ontnomen. De officier van justitie diende een vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling in, maar deed dit niet onverwijld, waardoor de rechtbank deze vordering niet-ontvankelijk verklaarde.
De raadkamer stelt vast dat verzoeker schade heeft geleden door de vrijheidsbeneming van 22 tot en met 25 juli 2011, voorafgaand aan de beslissing van de rechter-commissaris. Deze schadevergoeding kan op grond van artikel 15k Wetboek van Strafrecht aan verzoeker worden toegekend en komt ten laste van de staat.
De vergoeding wordt forfaitair vastgesteld op € 80 per dag detentie, wat neerkomt op een totaal van € 240 voor drie dagen in het huis van bewaring te Arnhem. De raadkamer wijst het meer of anders verzochte af en beveelt uitbetaling van deze vergoeding.
Uitkomst: De vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling is niet-ontvankelijk verklaard en verzoeker krijgt een schadevergoeding van € 240 toegekend.