ECLI:NL:RBARN:2011:BU3871
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing incidentele vordering tot vrijwaring in huurovereenkomst geschil wegens hennepkwekerij
In deze zaak vordert verhuurder ontbinding van de huurovereenkomst met huurder wegens het aantreffen van een hennepkwekerij in het gehuurde, het niet gebruiken van het pand voor de overeengekomen bestemming, en het niet betalen van huur sinds februari 2011. Tevens vordert verhuurder schadevergoeding en betaling van achterstallige huur.
Huurder verzoekt in een incidenteel incident toestemming om een derde, aan wie hij het pand zonder toestemming zou hebben onderverhuurd, op te roepen in vrijwaring. Huurder stelt dat deze derde verantwoordelijk is voor de criminele activiteiten en dat hij daardoor gevrijwaard moet worden.
De kantonrechter stelt dat voor vrijwaring vereist is dat er een rechtsverhouding bestaat tussen huurder en de derde die een verplichting tot vrijwaring inhoudt. Huurder heeft dit onvoldoende onderbouwd; er zijn geen stukken die een huurovereenkomst of andere rechtsverhouding met de derde aantonen. De enkele stelling van een onderhuurovereenkomst is onvoldoende. Daarom wijst de kantonrechter de incidentele vordering af en veroordeelt huurder in de kosten van het incident. De hoofdzaak wordt verwezen naar een latere rolzitting voor verdere behandeling.
Uitkomst: De incidentele vordering tot vrijwaring wordt afgewezen en huurder wordt veroordeeld in de kosten van het incident.