ECLI:NL:RBARN:2011:BU3903
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.I. van Amsterdam
- M.C.G.J. van Well
- A.M.F. Geerling
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over navorderingstermijnen en winstuitdelingscorrecties bij belastingaanslagen
De Rechtbank Arnhem behandelde meerdere beroepen tegen belastingaanslagen en navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over de jaren 1998 tot en met 2006. Centraal stond de vraag of de navorderingsaanslagen tijdig waren opgelegd en of de correcties op winstuitdelingen en inkomsten uit aanmerkelijk belang en sparen en beleggen terecht waren.
De rechtbank oordeelde dat de verlengde navorderingstermijn voor de jaren 1998 en 1999 niet van toepassing was omdat de valse facturen en betalingen naar buitenlandse rekeningen zichtbaar waren in de Nederlandse administratie. Deze navorderingsaanslagen werden vernietigd wegens overschrijding van de reguliere termijn. Voor latere jaren werd de navordering wel toegestaan, mede omdat namens eiser afstand was gedaan van termijnverjaring.
Verder werd geoordeeld dat de dubbele aanslag over 2003 met dagtekening 1 december 2006 moest worden geconverteerd in een navorderingsaanslag. De rechtbank stelde dat de bewijslast omgekeerd en verzwaard was en dat eiser onvoldoende had onderbouwd dat de correcties te hoog waren. Correcties wegens vervalste facturen en fictieve inkoopkosten werden grotendeels gehandhaafd, terwijl correcties op inkomen uit sparen en beleggen wegens vrijgestelde oldtimers werden vernietigd.
De rechtbank verklaarde de beroepen deels gegrond, vernietigde diverse aanslagen en navorderingsaanslagen, en bepaalde een aangepaste berekening van het belastbaar inkomen. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiser. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt navorderingsaanslagen 1998 en 1999 wegens overschrijding termijn, vermindert correcties winstuitdelingen en inkomen uit sparen en beleggen, en verklaart beroepen deels gegrond.