ECLI:NL:RBARN:2011:BU4012
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Belastingheffing bij verkoop aanmerkelijk belang en schuldoverneming
In deze bestuursrechtelijke zaak gaat het om de fiscale behandeling van de verkoop van een aanmerkelijk belang in aandelen van [C] BV door eiser. Centraal staat de vraag of de overgenomen schuld van [A] aan [B], die onderdeel uitmaakt van de koopovereenkomst, moet worden meegerekend bij de verkrijgingsprijs van de aandelen en op welk moment het depotbedrag bij de notaris belastbaar is.
De rechtbank stelt vast dat eiser naast de contante betaling ook de schuld van circa fl 550.000 (omgerekend € 249.579) aan [B] heeft overgenomen, wat onderdeel uitmaakt van de verkrijgingsprijs. Dit is onderbouwd met de koopovereenkomst, correspondentie en verklaringen. De rente over deze schuld (€ 50.942) wordt als kosten aangemerkt en is aftrekbaar in 2002. De advocaatkosten van € 27.577 zijn niet aannemelijk gemaakt als verkrijgingsprijs en worden niet in mindering gebracht.
Verder oordeelt de rechtbank dat het bij de notaris in depot gehouden bedrag van € 272.268 direct in 2002 belastbaar is, omdat de overdrachtsprijs toen vaststond en de levering heeft plaatsgevonden. Uitstel van belastingheffing is niet toegestaan. De aanslag wordt dienovereenkomstig verminderd en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vermindert de aanslag inkomstenbelasting 2002 tot een belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang van € 154.001.