ECLI:NL:RBARN:2011:BU4405
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging causaal verband tussen medische tekortkomingen bij geboorte en invaliditeit kind
Verzoekster, als wettelijk vertegenwoordiger van haar zoon, verzocht de rechtbank te beslissen dat er een causaal verband bestaat tussen de erkende medische tekortkomingen rondom de geboorte en de vastgestelde invaliditeit van haar zoon. De bevalling verliep gecompliceerd met een mislukte vacuümextractie en een te late keizersnede, wat leidde tot ernstige morbiditeit bij moeder en kind.
Het UMC St. Radboud erkende aansprakelijkheid voor de gevolgen van de te late sectio caesarea, maar betwistte het causaal verband met de cognitieve beperkingen van het kind en stelde dat nader deskundigenonderzoek nodig was. De rechtbank oordeelde dat op basis van het gezamenlijk deskundigenrapport van prof. Van Nieuwenhuizen en prof. Treffers, en toepassing van de omkeringsregel, het causaal verband aannemelijk is en dat het betwisting door het UMC onvoldoende gemotiveerd is.
De rechtbank wees het verzoek toe, oordeelde dat het deelgeschil bijdraagt aan het bereiken van een vaststellingsovereenkomst en veroordeelde het UMC St. Radboud in de proceskosten van €3.860. De beslissing werd gegeven door rechter Lagarde op 20 oktober 2011.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt het causaal verband tussen de medische tekortkomingen bij de geboorte en de invaliditeit van het kind en veroordeelt het UMC St. Radboud in de proceskosten.