ECLI:NL:RBARN:2011:BU5820
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Uitleg en toepassing meerwaardeclausule in koopovereenkomst agrarisch perceel met woningbouwbestemming
In deze civiele procedure stond de uitleg van een meerwaardeclausule in een koopovereenkomst centraal, waarbij gedaagde stelde aanspraak te hebben op bijbetaling indien de agrarische bestemming van zijn perceel zou wijzigen in een bedrijven- of woonbestemming. Diverse getuigen, waaronder familieleden, een adviseur en een gemeentelijke onderhandelaar, werden gehoord om te bepalen of partijen zich bewust waren van de woningbouwbestemming bij het sluiten van de overeenkomst.
De rechtbank stelde vast dat het bestemmingsplan met de woningbouwbestemming op het perceel reeds was vastgesteld vóór de koop en dat dit plan voor partijen toegankelijk en bekend was. Hoewel gedaagde betoogde dat hij niet op de hoogte was van de woningbouwbestemming en dat de meerwaardeclausule bedoeld was om bijbetaling bij toekomstige bestemmingswijzigingen te regelen, kon dit niet worden aangenomen. De gemeente mocht erop vertrouwen dat gedaagde bekend was met het bestemmingsplan, mede omdat hij bezwaar had gemaakt en later ingetrokken.
De rechtbank concludeerde dat gedaagde niet aan zijn bewijsopdracht had voldaan en dat de meerwaardeclausule niet van toepassing was op het geschil. De vordering van gedaagde werd afgewezen, terwijl de gemeente werd veroordeeld tot betaling van een bedrag wegens stormschade. Proceskosten werden verdeeld conform de uitkomst van de procedure.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van gedaagde af en verklaart de meerwaardeclausule niet van toepassing.