ECLI:NL:RBARN:2011:BU7578

Rechtbank Arnhem

Datum uitspraak
17 november 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
CB 19025
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:385 BW
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongewijzigde vaststelling beloning curator over 2010 ondanks extra werkzaamheden

De curator diende een declaratie in voor extra werkzaamheden in 2010 ten behoeve van een ondercuratele gestelde rechthebbende. De kantonrechter heeft eerder in brieven van februari en augustus 2011 uitvoerig ingegaan op de begroting en stelde dat alleen bij een meer dan gemiddelde ondercuratele stelling extra kosten in rekening kunnen worden gebracht.

De curator leverde aanvullend een nieuwe tijdschrijflijst en toelichting aan, waarin hij stelde een regiefunctie te vervullen met frequent overleg en contacten met zorginstanties en familie. Deze regiefunctie en aanwezigheid werden bevestigd door betrokken zorginstellingen, maar de noodzaak en aanleiding van de besprekingen en e-mailcontacten bleven onduidelijk.

De kantonrechter concludeert dat onvoldoende is aangetoond dat sprake is van een meer dan gemiddelde ondercuratele stelling en stelt daarom het bedrag van de beloning ongewijzigd vast op €1.165,- conform eerdere beslissing. Tevens wordt de curator gewaarschuwd dat toekomstige declaraties alleen binnen vooraf goedgekeurde begrotingen toestemming krijgen en dat herhaald negeren van regels kan leiden tot ontslag.

Uitkomst: Beloning curator over 2010 wordt ongewijzigd vastgesteld op €1.165,-; toekomstige declaraties moeten binnen goedgekeurde begrotingen blijven.

Uitspraak

Geachte heer [naam bewindvoerder]
Met deze brief reageer ik op het machtigingsverzoek van 6 juni 2011 en uw toegezonden aanvulling op 14 oktober 2011 aangaande uw declaratie over 2010 voor extra werkzaamheden voor mevrouw [naam rechthebbende] (verder te noemen rechthebbende).
In mijn eerdere brieven, waaronder de brieven van 22 februari en 3 augustus ben ik uitvoerig ingegaan op uw ingediende begroting voor 2010. Mijn standpunt hierin is niet gewijzigd. In mijn brief van 22 februari 2010 heb ik aangegeven dat uit een toelichting moet blijken of er sprake is van een meer dan gemiddelde ondercuratele stelling. In dat geval kan beoordeeld worden of het reëel is dat er extra kosten in rekening gebracht worden. Het hof heeft via de uitspraak op 22 maart 2011 de beschikking van 22 februari 2010 bekrachtigd.
In uw brieven van 6 juni en 14 oktober 2011 heeft u een nieuwe tijdschrijflijst aangeleverd en een extra toelichting gegeven. In de toelichting geeft u aan dat u in de zorgverlening een regiefunctie vervulde en dat u in dat kader veelvuldig overleg heeft gevoerd. De regiefunctie en de noodzaak van aanwezigheid bij zorg- en behandelingsbesprekingen worden bevestigd door de RIBW Arnhem & Veluwe Vallei en GGZ Centraal in de brieven van 23 respectievelijk 24 mei 2011. Ook heeft u o.a. met instanties en moeder van rechthebbende per mail contact gehad over zorgaangelegenheden. Onduidelijk in de besprekingen en de e-mailcontacten is de aanleiding en de noodzaak tot het voeren van die besprekingen en het houden van e-mailcontact. Ik kom tot de conclusie dat uit de hierboven genoemde brieven onvoldoende blijkt dat er sprake is van een meer dan gemiddelde ondercuratele stelling.
Resumerend stel ik het bedrag van uw beloning voor 2010 ongewijzigd vast voor en bedrag van € 1.165,- conform mijn brief van 23 februari 2010.
Ik merk hierbij op dat vanaf heden aan u - in de gevallen dat u, afwijkend van het forfaitaire beloningssysteem zoals aanbevolen door het LOVCK, volgens de begroting/declaratie-methode declareert - nog uitsluitend toestemming zult krijgen van declaraties die passen binnen de vooraf door de kantonrechter goedgekeurde begroting.
Indien u in de toekomst wederom er blijk van zult geven dat u de in de afgelopen jaren reeds meermalen aan u bekend gemaakte spelregels van het begroting-/declaratiesysteem negeert, zal ik mij moeten beraden of dat een gewichtige reden voor ontslag oplevert in de zin van artikel 1:385, lid 1, onder d BW.
Tegen deze beslissing kunt u binnen 3 maanden na dagtekening van deze brief door een advocaat hoger beroep laten instellen bij het gerechtshof in Arnhem.
Hoogachtend,
[de kantonrechter]