ECLI:NL:RBARN:2011:BU8277
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dwangsom wegens niet tijdig beslissen op bezwaar na rechterlijke vernietiging
Eiser maakte bezwaar tegen het niet tijdig beslissen op een bezwaar tegen een besluit van verweerder. Na een eerdere rechterlijke vernietiging moest verweerder opnieuw op het bezwaar beslissen. Eiser stelde verweerder op 12 november 2010 schriftelijk in gebreke vanwege het uitblijven van een beslissing.
Verweerder besloot uiteindelijk op 15 maart 2011, maar dit was na het verstrijken van de beslistermijn. De rechtbank oordeelde dat de beslistermijn na rechterlijke vernietiging aanvangt op de dag na verzending van de uitspraak en niet conform de gewijzigde regeling per 1 oktober 2009. Verweerder had geen verlenging van de beslistermijn kunnen aantonen.
De rechtbank stelde vast dat verweerder een dwangsom had verbeurd wegens het niet tijdig beslissen en bepaalde dat verweerder het door eiser betaalde griffierecht moest vergoeden. Het beroep werd gegrond verklaard en het niet tijdig beslissen op het bezwaar werd vernietigd.
Uitkomst: De rechtbank stelde vast dat verweerder een dwangsom van €1.260 aan eiser verschuldigd is wegens niet tijdig beslissen op bezwaar.