ECLI:NL:RBARN:2011:BU8377
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- L.B.M. Klein Tank
- M.C.G.J. van Well
- A.M.F. Geerling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing afwaarderingsverlies voorwaardelijke regresvordering bij borgstelling privévermogen
Eiser, enig aandeelhouder van [B] BV, had borg gestaan voor een rekening-courantkrediet van [C] BV bij ING Bank. Na faillissement van [C] BV en verkoop van zijn woning, betaalde eiser een deel van de schuld aan ING Bank. Eiser wilde over 2007 een afwaarderingsverlies nemen op zijn voorwaardelijke regresvordering, omdat hij toen werd aangesproken door ING Bank, terwijl verweerder dit verlies pas in 2008 wilde toestaan toen daadwerkelijk betalingen plaatsvonden.
De rechtbank stelt vast dat de tbs-regeling (terbeschikkingstellingsregeling) alleen van toepassing is op onvoorwaardelijke regresvorderingen. Het louter verbinden van een vermogensbestanddeel als zekerheid valt hier niet onder. Pas bij feitelijke betaling uit hoofde van de borgtocht wordt het vermogen als ter beschikking gesteld aangemerkt.
De rechtbank verwijst naar parlementaire geschiedenis en jurisprudentie van de Hoge Raad die dit standpunt ondersteunen. Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard omdat het afwaarderingsverlies niet al in 2007 kan worden genomen. Ook het beroep tegen de heffingsrente wordt afgewezen omdat daartegen geen afzonderlijke gronden zijn aangevoerd.
De rechtbank legt geen proceskostenveroordeling op en wijst het beroep af. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard omdat het afwaarderingsverlies pas kan worden genomen bij feitelijke betaling uit hoofde van de borgtocht.