ECLI:NL:RBARN:2011:BU8837
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak Roemeense mannen wegens onvoldoende bewijs mensenhandel met oogmerk tot seksuele dienstverlening
De rechtbank Arnhem behandelde op 7 december 2011 de zaak tegen twee Roemeense mannen die werden verdacht van mensenhandel op grond van artikel 273f lid 1 onder 3 Sr. De tenlastelegging betrof het aanwerven, medenemen of ontvoeren van een vrouw met het oogmerk haar in Nederland tot prostitutie te brengen.
Uit het dossier bleek dat de verdachten de vrouw vanuit Roemenië naar Nederland vervoerden en tijdelijk onderdak boden. De vrouw had de intentie om in Nederland als prostituee te gaan werken en verbleef na aankomst op een adres waar ook een van de verdachten en diens vriendin stonden ingeschreven. De rechtbank stelde echter vast dat vervoer en onderdak bieden alleen onvoldoende zijn om het vereiste oogmerk van het tot seksuele dienstverlening brengen te bewijzen.
De rechtbank benadrukte dat het oogmerk om de vrouw ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen voor seksuele handelingen niet alleen kan worden afgeleid uit het vervoer en het bieden van onderdak. Er moesten concrete aanwijzingen zijn dat de verdachten gedragingen hadden verricht die de vrouw daadwerkelijk bewogen tot het verrichten van seksuele diensten, wat ontbrak.
De rechtbank concludeerde dat het initiatief mogelijk van de vrouw zelf kwam en dat de delictsomschrijving ‘ertoe brengen’ een actieve gedraging vereist die niet bewezen kon worden. Daarom sprak de rechtbank de verdachten vrij van het tenlastegelegde mensenhandelartikel.
Deze uitspraak benadrukt de noodzaak van een nauwkeurige bewijsvoering bij mensenhandelzaken, waarbij het enkel faciliteren van vervoer en verblijf niet automatisch leidt tot een bewezenverklaring van het oogmerk tot seksuele uitbuiting.
Uitkomst: Verdachten werden vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor het oogmerk tot seksuele dienstverlening.