ECLI:NL:RBARN:2011:BU8843
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak twee Roemeense mannen voor mensenhandel wegens onvoldoende bewijs oogmerk tot seksuele dienstverlening
De rechtbank Arnhem behandelde de zaak tegen twee Roemeense mannen die werden verdacht van mensenhandel op grond van artikel 273f lid 1 sub 3 Sr. De tenlastelegging betrof het vervoeren van een vrouw vanuit Roemenië naar Nederland en het bieden van onderdak met het oogmerk haar ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen voor seksuele handelingen tegen betaling.
Tijdens de terechtzitting op 7 december 2011 verscheen verdachte niet. De officier van justitie eiste een gevangenisstraf van 6 maanden. De rechtbank onderzocht de wetsgeschiedenis van artikel 273f Sr en benadrukte dat het begrip uitbuiting ruim moet worden opgevat, maar dat het enkel vervoeren en onderdak bieden onvoldoende is om het oogmerk van het tot seksuele dienstverlening brengen te bewijzen.
Uit het dossier bleek dat de vrouw uit eigen beweging in Nederland in de prostitutie wilde werken en dat verdachte en zijn medeverdachte haar slechts vervoerden en tijdelijk onderdak boden. Er was geen bewijs dat zij haar ertoe hadden gebracht zich beschikbaar te stellen voor seksuele handelingen. De rechtbank concludeerde dat het delict niet wettig en overtuigend bewezen kon worden en sprak de verdachten vrij.
De uitspraak benadrukt het belang van het onderscheiden van legale prostitutie en strafbare uitbuiting, waarbij het oogmerk en initiatief van de betrokken persoon cruciaal zijn voor de bewijsvoering.
Uitkomst: Verdachten werden vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat zij de vrouw ertoe brachten zich beschikbaar te stellen voor seksuele dienstverlening.