ECLI:NL:RBARN:2011:BU9084
Rechtbank Arnhem
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- L. van Gijn
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot uitbreiding arbeidsduur van 36 naar 40 uur per week afgewezen
Verzoeker, werkzaam als ambtenaar, heeft bij zijn werkgever verzocht om zijn arbeidsduur uit te breiden van 36 naar 40 uur per week. Dit verzoek werd door verweerder afgewezen op grond van zwaarwegende dienstbelangen, met name de risico's op overtreding van de Arbeidstijdenwet en het Algemeen Rijksambtenarenreglement (ARAR).
De rechtbank oordeelt dat het bestreden besluit ten onrechte is gebaseerd op een artikel van het ARAR dat niet meer van toepassing is vanwege een wijziging in de wetgeving. Hierdoor wordt het besluit vernietigd. Echter, de rechtbank stelt dat verweerder voldoende heeft gemotiveerd dat de uitbreiding van de arbeidsduur organisatorische problemen veroorzaakt, waardoor de rechtsgevolgen van het besluit in stand blijven.
Verzoeker voerde aan dat er vergelijkbare gevallen zijn waarin uitbreiding wel werd toegestaan, maar de rechtbank stelt dat sinds juni 2010 een gewijzigde vaste gedragslijn geldt vanwege toenemende organisatorische problemen. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel wordt daarom verworpen.
Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds voldoende is beoordeeld. Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten en het griffierecht aan verzoeker.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter L. van Gijn en griffier G.A. Kajim-Panjer op 2 november 2011.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand; het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.