ECLI:NL:RBARN:2011:BU9419

Rechtbank Arnhem

Datum uitspraak
22 december 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
AWB 10/2346
Instantie
Rechtbank Arnhem
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbArt. 8:77 AwbArt. 6:24 AwbArt. 6:13 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrondverklaring beroep na verstrekking digitale gedragscode door Veiligheidsregio

Eiser stelde beroep in tegen een besluit van het Dagelijks bestuur van de Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden van 15 juni 2010. De rechtbank behandelde het beroep en deed op 31 augustus 2011 een tussenuitspraak waarin werd geoordeeld dat verweerder ten onrechte geen digitale versie van de gedragscode 2006 aan eiser had verstrekt.

Verweerder heeft daarop bij besluit van 26 september 2011 alsnog een digitale versie van de gedragscode aan eiser verstrekt. Eiser gaf vervolgens aan dat verweerder hiermee op correcte wijze aan de tussenuitspraak had voldaan en dat hij zich volledig in die tussenuitspraak kon vinden.

De rechtbank oordeelde dat met het verstrekken van de digitale gedragscode het gebrek in het bestreden besluit was hersteld. Gezien de eerdere overwegingen in de tussenuitspraak verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling, maar verweerder werd wel verplicht het door eiser betaalde griffierecht te vergoeden.

Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard nadat verweerder alsnog de digitale gedragscode verstrekte; griffierecht wordt aan eiser vergoed.

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM
Sector bestuursrecht
registratienummer: AWB 10/2346
uitspraak ingevolge artikel 8:77 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb)
van 22 december 2011
inzake
[naam], eiser,
wonende te [woonplaats],
tegen
het Dagelijks bestuur Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden, verweerder.
1. Aanduiding bestreden besluit
Besluit van verweerder van 15 juni 2010.
2. Procesverloop
Eiser heeft met instemming van verweerder rechtstreeks beroep ingesteld tegen het in rubriek 1 genoemde besluit.
Het beroep is behandeld ter zitting van de rechtbank van 24 augustus 2011. Eiser is aldaar verschenen. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door A. Diependaal en P. van Leeuwen.
De rechtbank heeft op 31 augustus 2011 een tussenuitspraak gewezen.
Verweerder heeft op 26 september besloten een digitale versie van de gedragscode 2006 aan eiser te verstrekken.
De rechtbank heeft het onderzoek op 4 november 2011 gesloten.
3. Overwegingen
Bij zijn tussenuitspraak van 31 augustus heeft de rechtbank overwogen dat verweerder ten onrechte geen digitale versie van de gedragscode 2006 aan eiser heeft verstrekt. Verweerder heeft dit vervolgens bij besluit van 26 september 2011 alsnog gedaan. Eiser heeft bij brief van 30 oktober 2011 aangegeven dat verweerder op correcte wijze aan de tussenuitspraak heeft voldaan en ook dat hij zich volledig in de tussenuitspraak kan vinden.
Naar het oordeel van de rechtbank is met het besluit van 26 september 2011 het gebrek in het bestreden besluit hersteld. Onder verwijzing naar hetgeen ten aanzien van de overige door eiser aangevoerde gronden in de tussenuitspraak van 31 augustus 2011 is overwogen, zal de rechtbank het beroep daarom ongegrond verklaren.
Er bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling als bedoeld in artikel 8:75 van Pro de Awb nu niet is gebleken van gemaakte kosten. De rechtbank zal wel bepalen dat verweerder het griffierecht aan eiser vergoedt.
4. Beslissing
De rechtbank
verklaart het beroep ongegrond;
bepaalt dat verweerder het door eiser betaalde griffierecht van € 150 aan hem vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.A. van Schagen, rechter, in tegenwoordigheid van mr. L.A. Kjellevold - Hoegee, griffier.
De griffier, De rechter,
Uitgesproken in het openbaar op 22 december 2011.
Tegen deze uitspraak staat voor belanghebbenden, behoudens het bepaalde in artikel 6:24 juncto Pro 6:13 van de Awb, binnen 6 weken na de dag van verzending hiervan, hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA 's-Gravenhage.
Verzonden op: 22 december 2011