ECLI:NL:RBARN:2011:BU9760
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing vorderingen wegens niet-rechtsgeldige ontbinding van overeenkomst
De rechtbank Arnhem behandelde een civiele procedure tussen eiseres, een technische installatiebedrijf, en twee gedaagden, beide bouwbedrijven. De kern van het geschil betrof de vraag of eiseres in verzuim was geraakt met het herstellen van gebreken tijdens de onderhoudsperiode, en of gedaagde sub 2 de overeenkomst rechtsgeldig had ontbonden op grond van art. 6:83 sub c BW Pro.
De rechtbank oordeelde dat uit de correspondentie en eerdere vaststellingen niet kon worden aangenomen dat eiseres haar verplichtingen niet zou nakomen. De mededelingen van eiseres betroffen slechts de afwerking van installaties en niet het weigeren van herstel van nieuwe gebreken. Daarmee was geen sprake van verzuim dat een rechtsgeldige ontbinding rechtvaardigde.
Vervolgens wees de rechtbank de vorderingen van eiseres tegen gedaagde sub 2 toe, inclusief betaling van een bedrag van €100.000,- en wettelijke rente. De vordering tot hoofdelijke veroordeling werd afgewezen wegens schorsing van de procedure tegen gedaagde sub 1, die failliet was verklaard. De procedure tegen gedaagde sub 1 werd geschorst op grond van art. 29 Fw Pro, waarbij eiseres van de instantie werd ontslagen.
De rechtbank veroordeelde gedaagde sub 2 in de proceskosten en wees de gevorderde buitengerechtelijke kosten af wegens onvoldoende specificatie. De zaak tegen gedaagde sub 1 werd geschorst en deze partij werd veroordeeld in de proceskosten vanwege het faillissement. De uitspraak werd gedaan door rechter C.M.E. Lagarde op 7 december 2011.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van eiseres toe en verklaart de ontbinding door gedaagde sub 2 niet rechtsgeldig.