ECLI:NL:RBARN:2011:BV7555
Rechtbank Arnhem
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige beslaglegging wegens nietigheid mondelinge koop onroerende zaak door schriftelijkheidsvereiste
Neef heeft conservatoir beslag gelegd op een woonhuis dat zijn oom bezit, stellende dat zij mondeling een koopovereenkomst hadden gesloten over een strook grond die deel uitmaakt van het perceel. De rechtbank stelt vast dat de strook grond een bestanddeel is van een tot bewoning bestemde onroerende zaak, waardoor het schriftelijkheidsvereiste van artikel 7:2 lid 1 BW Pro geldt. Omdat geen schriftelijke koopovereenkomst is gesloten, is de koop nietig.
De eiser had de strook grond eerst aan de vader van gedaagde aangeboden, die deze niet wilde kopen. Vervolgens verkocht eiser het woonhuis met perceel aan derden. Gedaagde stelt dat hij de strook grond mondeling heeft gekocht, maar dit wordt betwist en onvoldoende onderbouwd. Bovendien blijkt dat de daadwerkelijke koper de zus van gedaagde zou zijn, niet gedaagde zelf.
De rechtbank oordeelt dat het beslaglegging door gedaagde onrechtmatig is omdat het gebaseerd is op een nietige koopovereenkomst. Het beslag belemmert de overdracht van het woonhuis aan de kopers, waardoor eiser schade lijdt. De voorzieningenrechter beveelt daarom opheffing van het beslag en veroordeelt gedaagde in de proceskosten.
Uitkomst: Het conservatoir beslag op het woonhuis wordt opgeheven wegens nietigheid van de mondelinge koopovereenkomst en onrechtmatigheid van het beslag.