Op 24 juni 2011 raakte verzoeker betrokken bij een verkeersongeval. De aansprakelijkheid van de WAM-verzekeraar VVAA werd erkend en partijen voerden overleg over de schadeafwikkeling. Via zijn belangenbehartiger Vergonet stemde verzoeker mondeling per e-mail op 27 oktober 2011 in met een slotbetaling van €25.000,00 tegen finale kwijting. De schriftelijke vaststellingsovereenkomst werd echter niet ondertekend door verzoeker.
Verzoeker stelde dat hij niet akkoord was gegaan met de finale kwijting en dat de overeenkomst vernietigbaar was wegens dwaling en misbruik van omstandigheden, mede omdat hij niet goed begreep dat de regeling definitief was. VVAA voerde aan dat de overeenkomst rechtsgeldig tot stand was gekomen door de aanvaarding via e-mail en dat Vergonet als professionele belangenbehartiger bevoegd was om te onderhandelen.
De rechtbank oordeelde dat er op 27 oktober 2011 een bindende overeenkomst tot stand was gekomen, ook zonder ondertekening van de schriftelijke vaststellingsovereenkomst. Het beroep op dwaling en misbruik van omstandigheden werd verworpen omdat verzoeker werd bijgestaan door een professionele belangenbehartiger en er geen concrete aanwijzingen waren voor misleiding of onjuiste voorlichting door VVAA.
Daarmee was VVAA finaal gekweten voor de schade en had verzoeker geen belang meer bij verdere vorderingen. De verzoeken tot verklaring van aansprakelijkheid, voortzetting van onderhandelingen en vergoeding van buitengerechtelijke kosten werden afgewezen. De rechtbank wees het verzoek deelgeschil af en bevestigde de rechtsgeldigheid van de vaststellingsovereenkomst.