Uitspraak
RECHTBANK ARNHEM
1.De procedure
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord tevens houdende de incidentele vordering tot onbevoegdverklaring
- de incidentele conclusie van antwoord.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Arnhem
In deze civiele procedure vordert de gedaagde dat de rechtbank Arnhem zich relatief onbevoegd verklaart en de zaak verwijst naar de rechtbank Rotterdam. De zaak betreft een geschil over de aansprakelijkheid en schadevergoeding na een arbeidsongeval waarbij de gedaagde letsel opliep tijdens werkzaamheden bij Struik. RSA, de aansprakelijkheidsverzekeraar van Struik, erkende de aansprakelijkheid niet en vorderde terugbetaling van een eerder betaalde schadevergoeding.
De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 1019x lid 2 Rv de rechter die het deelgeschil heeft behandeld exclusief relatief bevoegd is om kennis te nemen van de bodemzaak. Dit volgt uit de parlementaire geschiedenis en het amendement van Kamerlid Teeven, waarin is beoogd dat kennis over een zaak geconcentreerd wordt bij dezelfde rechter om vertraging en belasting van de rechterlijke macht te voorkomen.
De rechtbank concludeert dat de rechtbank Rotterdam, die het deelgeschil behandelde, exclusief relatief bevoegd is en verklaart zich daarom onbevoegd. De zaak wordt verwezen naar Rotterdam. RSA wordt veroordeeld in de proceskosten van het incident. De beslissing is genomen door rechter A.E.B. ter Heide en in het openbaar uitgesproken op 11 juli 2012.
Uitkomst: De rechtbank Arnhem verklaart zich relatief onbevoegd en verwijst de bodemzaak naar de rechtbank Rotterdam.