ECLI:NL:RBARN:2012:BV7138
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor moord en medeplegen verbergen en wegvoeren van lijk
Op 13 november 2010 werd het slachtoffer A.T.H. door verdachte met een ijzeren staaf op het hoofd geslagen en vervolgens door verstikking om het leven gebracht. Verdachte en een medeverdachte waren de enigen aanwezig bij het overlijden. Na het delict hebben zij het lichaam verborgen en weggevoerd, waarbij het lijk in een rivier werd gedumpt.
De verklaringen van verdachte en medeverdachte verschilden, maar de rechtbank achtte de verklaring van verdachte betrouwbaar en ondersteund door andere bewijsmiddelen, waaronder pathologisch onderzoek dat de letsels door slaan met een hard voorwerp bevestigde. De verdediging voerde onder meer tunnelvisie aan en betwistte de betrouwbaarheid van verklaringen van medeverdachte, maar deze verweren werden verworpen.
De rechtbank oordeelde dat sprake was van moord met voorbedachten rade en veroordeelde verdachte tot 15 jaar gevangenisstraf. Daarnaast werd verdachte veroordeeld voor medeplegen van het verbergen en wegvoeren van het lijk tot 217 dagen gevangenisstraf. De benadeelde partij kreeg een schadevergoeding toegewezen van €4.203,75 plus wettelijke rente.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 15 jaar gevangenisstraf voor moord en 217 dagen voor medeplegen verbergen en wegvoeren van het lijk.