ECLI:NL:RBARN:2012:BV7145
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak moord en veroordeling medeplegen verbergen en wegvoeren lijk
Op 13 november 2010 is het slachtoffer door geweld om het leven gekomen, vermoedelijk door een klap op het hoofd en mogelijk verstikking. Verdachte was aanwezig bij het overlijden, maar er is geen wettig bewijs dat hij actief betrokken was bij het dodelijke geweld. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van moord.
Na het overlijden hebben verdachte en een medeverdachte gezamenlijk besloten het lichaam van het slachtoffer te verbergen en weg te voeren. Zij hebben het stoffelijk overschot in de auto van het slachtoffer geladen en in de rivier de Maas gedumpt. De rechtbank achtte bewezen dat verdachte medepleger was bij het verbergen en wegvoeren van het lijk.
Verdachte voerde psychische overmacht aan vanwege druk en dreiging van de medeverdachte, maar de rechtbank verwierp dit beroep omdat verdachte meerdere keren de gelegenheid had zich te onttrekken aan de situatie. Wel werd rekening gehouden met zijn verminderde toerekeningsvatbaarheid door een acute stressstoornis en persoonlijkheidsstoornis.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot een gevangenisstraf van 217 dagen voor het medeplegen van het verbergen en wegvoeren van het lijk, waarbij de tijd in voorlopige hechtenis in mindering werd gebracht. De civiele vordering van de benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard omdat de schade niet rechtstreeks voortvloeit uit het bewezenverklaarde feit.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Arnhem op 28 februari 2012.
Uitkomst: Verdachte vrijgesproken van moord en veroordeeld tot 217 dagen gevangenisstraf voor medeplegen van het verbergen en wegvoeren van het lijk.