ECLI:NL:RBARN:2012:BV7315
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs brandstichting in appartement
De rechtbank Arnhem behandelde de zaak van een 36-jarige man die werd verdacht van het opzettelijk aansteken van brand in zijn appartement te Arnhem op circa 8 juli 2010. De officier van justitie had de tenlastelegging gewijzigd en beschuldigde verdachte van het gieten en aansteken van benzine of een brandbare stof in diverse delen van het appartement, met het risico op levensgevaar voor bewoners.
Tijdens de terechtzitting op 15 februari 2012 verscheen verdachte, bijgestaan door zijn advocaat. Zowel de officier van justitie als de verdediging vroegen om vrijspraak. De rechtbank oordeelde dat het tenlastegelegde niet wettig en overtuigend was bewezen. Verdachte ontkende de brand te hebben gesticht en verklaarde niet aanwezig te zijn geweest tijdens de brand.
De verklaringen van getuigen en verdachte lieten geen onomstotelijk bewijs zien, en de toedracht bleef onduidelijk. Er was geen aannemelijk alternatief scenario, maar ook onvoldoende zekerheid over wat daadwerkelijk was gebeurd. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij en verklaarde de benadeelde partijen niet-ontvankelijk in hun civiele vorderingen wegens het ontbreken van een opgelegde straf of maatregel.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van brandstichting.