ECLI:NL:RBARN:2012:BV8523
Rechtbank Arnhem
- Wraking
- P.J. Wiegman
- J.T.H. van Belzen
- G. Noordraven
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek wegens ontbreken van gegronde vrees vooringenomenheid rechters
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de rechters die hem in een strafzaak behandelen wegens vermeende vooringenomenheid. Hij stelde dat de rechters reeds medeverdachten hadden veroordeeld op basis van bewijs dat ook in zijn zaak werd gebruikt, en dat zij daardoor vooringenomen zijn. Tevens wees hij op het gelasten van nader onderzoek zonder concrete aanwijzingen en het afwijzen van verzoeken tot het horen van getuigen.
De rechters en het Openbaar Ministerie verzetten zich tegen het wrakingsverzoek en benadrukten dat het enkele feit dat zij medeverdachten hebben veroordeeld niet leidt tot vooringenomenheid. Ook het gelasten van nader onderzoek en de afwijzing van getuigenverzoeken zijn inhoudelijke beslissingen die niet de schijn van partijdigheid wekken.
De wrakingskamer oordeelde dat er geen zwaarwegende aanwijzingen zijn dat de rechters niet onpartijdig zijn. Het vonnis tegen een medeverdachte bevatte geen oordeel over de schuld van verzoeker en de rechters hebben juist nader onderzoek gelast. De afwijzing van verzoeken tot het horen van getuigen was bovendien niet tijdig aangevoerd als wrakingsgrond.
Daarom werd het wrakingsverzoek afgewezen en werd bevestigd dat de rechters onpartijdig zijn in de behandeling van de zaak van verzoeker.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechters wordt afgewezen wegens het ontbreken van zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid.