ECLI:NL:RBARN:2012:BV9214
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens bezit en gebruik van valse Estlandse identiteitskaart in internationale trein
Op 1 november 2011 werd verdachte aangehouden in de internationale trein City Nightline 40447 op het traject Utrecht-Arnhem, omdat hij in bezit was van een valse Estlandse identiteitskaart voorzien van zijn foto, niet overeenkomend met een origineel document. Verdachte gebruikte deze kaart om zijn identiteit te verhullen.
De verdediging voerde aan dat het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk zou moeten zijn op grond van artikel 31 van Pro het Vluchtelingenverdrag, omdat verdachte slechts doorreisde naar Zweden en zich onverwijld bij de autoriteiten had gemeld. De politierechter verwierp dit beroep, omdat verdachte niet rechtstreeks uit een bedreigd land kwam en zich niet onverwijld had gemeld.
De staandehouding en aanhouding werden getoetst aan de Vreemdelingenwet 2000 en de Schengengrenscode. De politierechter oordeelde dat de controles rechtmatig waren uitgevoerd binnen het kader van mobiel toezicht op vreemdelingen, zonder het effect van grenscontroles te hebben.
Verdachte werd bekennend verklaard en op basis van het bewijs, waaronder proces-verbalen en technische onderzoeken, veroordeeld tot twee maanden gevangenisstraf met aftrek van voorarrest. De straf werd gemotiveerd door de ernst van het feit en de mogelijke schade aan de Nederlandse staat door het gebruik van een vals reisdocument.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot twee maanden gevangenisstraf wegens bezit en gebruik van een valse Estlandse identiteitskaart.