ECLI:NL:RBARN:2012:BV9265
Rechtbank Arnhem
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing loonvordering en tewerkstelling rijinstructrice wegens mogelijke nietigheid arbeidsovereenkomst
De zaak betreft een loonvordering en verzoek tot tewerkstelling van een vrouw die als rijinstructrice werkzaam was bij een rijschool. De vrouw, werkzaam sinds 1996, vordert in kort geding dat zij binnen 24 uur weer aan het werk wordt gesteld voor 16 uur per week en dat haar het hoge salaris van € 5.000 bruto per maand wordt doorbetaald.
De werkgever heeft haar op staande voet ontslagen, dit ontslag later ingetrokken, maar weigert haar in te roosteren volgens de vrouw. Partijen zijn het oneens over de omvang van het dienstverband en het salaris. De vrouw stelt dat zij op grond van een rechtsvermoeden twee dagen per week werkt tegen het genoemde salaris, terwijl de werkgever betwist dat het hoge salaris een vergoeding is voor het werk als rijinstructrice.
De kantonrechter oordeelt dat er sprake is van een mogelijke constructie waarbij het hoge salaris van de vrouw en het lage salaris van haar echtgenoot zijn overeengekomen om schuldeisers te misleiden. Dit brengt mee dat de arbeidsovereenkomst mogelijk nietig is wegens strijd met de goede zeden. Hierdoor kan de loonvordering niet worden toegewezen in kort geding. Ook de voorwaardelijke reconventionele vordering tot terugbetaling van te veel ontvangen salaris wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.
De kosten van de procedure worden verdeeld tussen partijen. Het vonnis is gewezen door kantonrechter J.W.M. Tromp en uitgesproken op 9 maart 2012.
Uitkomst: De loonvordering en het verzoek tot tewerkstelling worden afgewezen wegens mogelijke nietigheid van de arbeidsovereenkomst en strijd met de goede zeden.