ECLI:NL:RBARN:2012:BV9278
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betaling vordering borgtocht overeenkomst en toetsing toestemming echtgenoot
UTA, een Duitse servicecardmaatschappij, vordert betaling van € 26.190,00 van [gedaagde], die borg stond voor een transportbedrijf ([firma A]) dat failliet is verklaard. De borgtochtsovereenkomst is door [gedaagde] als directeur van [firma A] aangegaan. De rechtbank onderzoekt of toestemming van de echtgenoot van [gedaagde] vereist was voor het aangaan van deze borgtocht, gelet op artikel 1:88 BWNA Pro dat dit voorschrijft tenzij de borgsteller een meerderheidsbelang heeft en de borgtocht binnen de normale bedrijfsuitoefening valt.
De rechtbank stelt vast dat Duits recht van toepassing is op de borgtochtsovereenkomst, maar dat de vraag over toestemming van de echtgenoot volgens het recht van Aruba (verblijfplaats echtgenoot) moet worden beoordeeld. De borgtocht is aangegaan binnen de normale bedrijfsuitoefening van het transportbedrijf, maar het is onduidelijk of [gedaagde] een meerderheidsbelang had. UTA draagt de bewijslast voor het meerderheidsbelang en voor haar goede trouw, aangezien toestemming ontbrak en de echtgenoot de borgtocht heeft vernietigd.
De rechtbank wijst erop dat UTA vermoedelijk aan haar onderzoeksplicht heeft voldaan door identificatie van [gedaagde] via paspoort. De zaak wordt naar de rol verwezen zodat UTA bewijs kan leveren over het meerderheidsbelang en de goede trouw, door middel van bewijsstukken of getuigen. De verdere beslissing wordt aangehouden.
Uitkomst: De zaak is aangehouden en verwezen naar de rol voor bewijslevering over meerderheidsbelang en goede trouw.