ECLI:NL:RBARN:2012:BW0445
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- T.P.E.E. van Groeningen
- E. de Boer
- F.N.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Voorwaardelijke werkstraf voor medeplegen feitelijke aanranding binnen de krijgsmacht
In de zaak bij de Rechtbank Arnhem werd een 21-jarige korporaal beschuldigd van medeplegen van feitelijke aanranding van een medemilitair tijdens een zogenaamd ‘3 man tillen’ incident nabij Zoutkamp. Hierbij werd het slachtoffer klem gehouden en met ontbloot onderlichaam op zijn gezicht gezeten, wat volgens de rechtbank een schending van de lichamelijke integriteit betekende.
De verdediging voerde aan dat het incident een onschuldige grap betrof zonder sprake van geweld, en dat verdachte niet aanwezig kon zijn vanwege een opleiding. Deze stellingen werden door de militaire kamer verworpen op basis van getuigenverklaringen en bewijsstukken, waaronder verklaringen van medeverdachten en getuigen die het incident bevestigden.
De militaire kamer oordeelde dat het gedrag van verdachte en medeverdachten de grenzen van een grap overschreed en strafbaar was als feitelijke aanranding. Gelet op de ernst, het ontbreken van eerdere veroordelingen en het feit dat verdachte niet volledig doordrongen leek van het strafbare karakter, werd een geheel voorwaardelijke werkstraf van veertig uur opgelegd met een proeftijd van twee jaar.
De straf houdt in dat de werkstraf niet direct wordt uitgevoerd, tenzij verdachte binnen de proeftijd opnieuw een strafbaar feit pleegt. De rechtbank hield rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte en het feit dat hij reeds in voorlopige hechtenis had gezeten.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een voorwaardelijke werkstraf van veertig uur wegens medeplegen van feitelijke aanranding.