ECLI:NL:RBARN:2012:BW0631
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank vernietigt dwangsombesluit gemeente wegens onvoldoende motivering en stelt dwangsom vast
Eiser exploiteert een agrarisch bedrijf en bouwde een opslagruimte die afweek van de verleende bouwvergunning. De gemeente stelde een last onder dwangsom vast om de overtreding te beëindigen. Eiser verzette zich tegen het dwangbevel en voerde aan dat het besluit onzorgvuldig was en in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel.
De rechtbank overwoog dat de gemeente onvoldoende had gemotiveerd hoe de hoogte van de dwangsom was vastgesteld, mede omdat deze gebaseerd was op overtredingen die niet in het besluit waren genoemd. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit. De gemeente werd opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de Nota Handhaving 2004 en jurisprudentie.
In latere procedures werd de dwangsom door de rechtbank en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State aangepast, waarbij rekening werd gehouden met het financiële voordeel van eiser, het geschonden planologisch belang en de zwaarte van de overtreding. De rechtbank stelde het dwangsombedrag vast op een lager maximumbedrag dan de gemeente had opgelegd.
De rechtbank oordeelde dat de gemeente geen nieuw dwangbevel had uitgevaardigd na de vernietiging en dat het dwangbevel buiten werking moest worden gesteld. De gemeente werd veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het verzet tegen het dwangbevel wordt gegrond verklaard en het dwangbevel wordt buiten werking gesteld.