ECLI:NL:RBARN:2012:BW2431
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Geen recht op maatschappelijke opvang op grond van Wmo bij niet-rechtmatig verblijf
Eiseres, een Chinese nationaliteit houdende vrouw, vroeg maatschappelijke opvang aan op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) voor zichzelf en haar minderjarige zoon. De gemeente Ede wees deze aanvraag af omdat zij en haar zoon niet rechtmatig in Nederland verbleven en reeds onderdak hadden op een particulier adres waarvan niet was gebleken dat dit op korte termijn zou eindigen.
De rechtbank overwoog dat maatschappelijke opvang geen individuele voorziening is zoals bedoeld in de Wmo, waardoor de artikelen 10 en 11 van de Vreemdelingenwet 2000 het beoordelingskader vormen. Omdat eiseres geen rechtmatig verblijf had, kon zij geen aanspraak maken op maatschappelijke opvang.
Eiseres voerde aan dat haar rechten op grond van diverse verdragen, waaronder artikel 8 EVRM Pro (recht op privé- en gezinsleven), werden geschonden. De rechtbank erkende dat haar zoontje als kwetsbare persoon bijzondere bescherming geniet, maar stelde vast dat het onderdak op het particuliere adres nog niet was beëindigd. Hierdoor was er geen disproportionele inbreuk op het privéleven en geen positieve verplichting voor de gemeente om opvang te verlenen.
De rechtbank concludeerde dat de belangenafweging door de gemeente voldoende was gemotiveerd en dat het beroep ongegrond moest worden verklaard. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van maatschappelijke opvang wordt ongegrond verklaard vanwege het ontbreken van rechtmatig verblijf en voldoende onderdak.