ECLI:NL:RBARN:2012:BW2444
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Nietigheid pandrecht op vordering Poolse fiscus wegens ontbreken bestaande rechtsverhouding en faillissementskennis
De rechtbank Arnhem heeft in deze civiele procedure geoordeeld over de geldigheid van een pandrecht dat ABN AMRO Commercial Finance N.V. (voorheen Fortis Commercial Finance N.V.) had op vorderingen van Kinzo Trading, waaronder een vordering op de Poolse fiscus.
De kern van het geschil betrof de vraag of er ten tijde van het aangaan van de verpandingsovereenkomst in 2006 al een bestaande rechtsverhouding was tussen Kinzo Trading en de Poolse fiscus. De rechtbank stelde vast dat dit niet het geval was en dat het pandrecht pas rechtsgeldig kon ontstaan door registratie van de pandlijst waarop de vordering vermeld stond. Uit de overgelegde stukken bleek dat de vordering op de Poolse fiscus pas in 2008 of later is ontstaan, dus na het faillissement van Kinzo Trading of na de kennis daarvan door ACF.
Verder oordeelde de rechtbank dat verpandingen die plaatsvonden tussen 21 april 2009 en 7 mei 2009 nietig zijn op grond van artikel 47 Faillissementswet Pro, omdat ACF toen op de hoogte was van de faillissementsaanvraag. Hierdoor moest ACF een bedrag van €443.521,45, dat zij uit hoofde van deze pandrechten had geïncasseerd, aan de curator afdragen.
De rechtbank wees de vorderingen van ACF af, veroordeelde haar in de proceskosten en verklaarde de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad. De curator werd in het gelijk gesteld met betrekking tot de vernietiging van de pandrechten en de terugbetaling van het geïncasseerde bedrag.
Uitkomst: Het pandrecht van ACF op de vordering op de Poolse fiscus is niet rechtsgeldig gevestigd en ACF moet €443.521,45 plus rente aan de curator betalen.