ECLI:NL:RBARN:2012:BW2448
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling waarderingsgrondslagen bij opzegging maatschap tussen broers en zussen
Partijen, broer en zus, zijn in 1998 een maatschap aangegaan na ontbinding van de maatschap met hun vader uit 1996. De maatschapsakte 1998 bevat bepalingen over opzegging en waardering bij beëindiging van de maatschap, die verschillen van de akte uit 1996. Eiseres heeft de maatschap opgezegd per 31 december 2011 en wenst de waarderingsgrondslagen uit de eerdere akte 1996 toegepast te zien bij de vaststelling van de overnamesom.
De rechtbank stelt vast dat de opzegging niet per 1 augustus 2011 maar per 31 december 2011 heeft plaatsgevonden en dat eiseres het bedrijf zal voortzetten. De kern van het geschil betreft de vraag of de waarderingsgrondslagen uit de maatschapsakte 1996 ook gelden voor de maatschapsakte 1998. De rechtbank oordeelt dat dit niet zonder meer aannemelijk is en draagt eiseres op dit te bewijzen.
Indien eiseres hierin slaagt, zal de waardering volgens de regels van de akte 1996 plaatsvinden. Indien niet, komt het beroep op redelijkheid en billijkheid en eventueel dwaling aan de orde, maar voorlopig wijst de rechtbank deze betogen af. De procedure wordt aangehouden voor bewijslevering en nadere beslissing. De voorlopige voorziening tot ontruiming van de bedrijfswoning wordt afgewezen vanwege belangenafweging.
Uitkomst: De rechtbank wijst de gevorderde voorlopige voorziening af en draagt eiseres op te bewijzen dat de waarderingsgrondslagen uit de maatschapsakte 1996 ook gelden voor de maatschapsakte 1998.