ECLI:NL:RBARN:2012:BW2986
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs seksueel misbruik minderjarige meisjes
De rechtbank Arnhem behandelde een zaak waarin een 36-jarige man werd beschuldigd van seksueel misbruik van drie minderjarige meisjes, waaronder zijn dochter. De tenlastelegging betrof het met opzet binnendringen van het lichaam door het in de mond brengen van zijn penis bij de meisjes, die allen jonger dan twaalf jaar waren.
Tijdens de terechtzitting verklaarden de drie meisjes dat zij een snoep-proef-spelletje hadden gespeeld waarbij zij geblinddoekt werden en snoep in hun mond kregen. Eén meisje verklaarde onder haar blinddoek te hebben gezien dat verdachte zijn penis in haar mond stopte, wat zij minimaal tien keer had waargenomen. De andere twee meisjes bevestigden dit niet; één proefde huid en dacht dat het een duim was, de ander deed geen bevestigende verklaring.
De rechtbank oordeelde dat de verklaring van het eerste meisje onvoldoende werd ondersteund door ander bewijs. Uitlatingen van haar pleegmoeder waren slechts een weergave van haar verhaal en boden geen onafhankelijke bevestiging. Ook het gedrag van het meisje na het spel bood onvoldoende steun. De verklaringen van de andere meisjes en de verdediging maakten het verhaal van het eerste meisje niet aannemelijk.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten. Tevens werden de schadevorderingen van twee benadeelde partijen niet-ontvankelijk verklaard, omdat de vrijspraak de grondslag voor deze vorderingen wegviel.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van seksueel misbruik.