ECLI:NL:RBARN:2012:BW4291
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid officier van justitie bij voorlopige tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf wegens strijd legaliteitsbeginsel
De zaak betreft een vordering van de officier van justitie tot voorlopige tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf van 9 maanden die aan de veroordeelde was opgelegd bij onherroepelijk vonnis van 21 december 2011. De proeftijd liep van 5 januari 2012 tot 4 januari 2014 en er waren bijzondere voorwaarden aan de veroordeelde opgelegd.
De officier van justitie stelde dat de veroordeelde de bijzondere voorwaarden had overtreden en verzocht daarom om voorlopige tenuitvoerlegging van de straf. Ter onderbouwing werd een rapport van Reclassering Nederland overgelegd. De raadsman van de veroordeelde betoogde dat de officier van justitie niet-ontvankelijk moest worden verklaard omdat artikel 14fa Wetboek van Strafrecht, dat de grondslag vormt voor de voorlopige tenuitvoerlegging, in strijd is met het legaliteitsbeginsel zoals neergelegd in artikel 1 Sr Pro.
De rechter-commissaris overwoog dat toepassing van artikel 14fa Sr ertoe leidt dat de voorwaardelijke straf tijdelijk verandert in een onvoorwaardelijke straf, wat een minder gunstige positie voor de veroordeelde betekent. Dit is niet verenigbaar met het legaliteitsbeginsel en artikel 7 EVRM Pro. Daarom verklaarde de rechter-commissaris de officier van justitie niet-ontvankelijk in zijn vordering en gelastte onmiddellijke invrijheidstelling van de veroordeelde.
Uitkomst: De officier van justitie is niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot voorlopige tenuitvoerlegging en veroordeelde is onmiddellijk vrijgelaten.