ECLI:NL:RBARN:2012:BW6488
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak en veroordeling in zaak First Curaçao International Bank wegens overtreding kredietwezen en meldplicht ongebruikelijke transacties
In deze strafzaak stond de First Curaçao International Bank N.V. (FCIB N.V.) centraal, die zonder vergunning van De Nederlandsche Bank (DNB) het bedrijf van kredietinstelling zou hebben uitgeoefend via een bijkantoor in Nederland. Verdachte werd primair verweten overtreding van artikel 6 Wtk Pro 1992 en deelname aan een criminele organisatie, subsidiair overtreding van artikel 38 Wtk Pro 1992 en overtreding van artikel 9 Wet Pro melding ongebruikelijke transacties (Wet MOT).
De rechtbank oordeelde dat het primair tenlastegelegde feit niet wettig en overtuigend was bewezen, waardoor verdachte daarvan werd vrijgesproken. Wel werd bewezen verklaard dat FCIB N.V. samen met TWOCC B.V. het bedrijf van kredietinstelling zonder vergunning via een bijkantoor in Berg en Dal heeft uitgeoefend en dat zij opzettelijk geen meldingen deden van ongebruikelijke transacties bij het meldpunt MOT Nederland.
De rechtbank motiveerde uitvoerig de materiële interpretatie van het begrip kredietinstelling en de formele interpretatie van vestiging, waarbij Berg en Dal als bijkantoor werd aangemerkt. Diverse getuigenverklaringen en documenten toonden aan dat kernactiviteiten zoals het openen van rekeningen, treasury en compliance vanuit Berg en Dal werden uitgevoerd. Daarnaast werden meerdere ongebruikelijke transacties aangetroffen die niet gemeld waren, ondanks eerdere meldingen bij het meldpunt MOT Curaçao.
Verdachte werd veroordeeld tot een geldboete van €1.190.000,-. De rechtbank verwierp het niet-ontvankelijkheidsverweer van de verdediging, onder meer omdat het redelijk vermoeden van schuld voldoende was en de strafrechtelijke aanpak proportioneel was. De zaak illustreert de toepassing van toezichtwetgeving en meldplicht in het kader van witwasbestrijding en financiële regelgeving.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van overtreding artikel 6 Wtk 1992 en deelname criminele organisatie, maar veroordeeld voor overtreding artikel 38 Wtk 1992 en artikel 9 Wet MOT met een geldboete van €1.190.000,-.