ECLI:NL:RBARN:2012:BW7284
Rechtbank Arnhem
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Ontslag op staande voet wegens diefstal en vordering tot loondoorbetaling en wedertewerkstelling
Op 21 maart 2012 werd werknemer geconfronteerd met diefstal van twee boilers uit een afvalcontainer op het bedrijfsterrein van werkgever, waarna werkgever werknemer op staande voet ontsloeg. Tijdens het ontslaggesprek werd een beëindigingsovereenkomst getekend, maar werknemer stelde dat hij deze onder dwaling en misbruik van omstandigheden had vernietigd.
De kantonrechter oordeelde dat de beëindigingsovereenkomst geen stand hield omdat een duidelijke en ondubbelzinnige instemming van werknemer ontbrak. Tevens was er geen sprake van een subjectief dringende reden voor ontslag op staande voet, mede omdat werkgever werknemer had aangeboden zijn werkzaamheden als uitzendkracht voort te zetten en de bedrijfsbus nog mocht gebruiken.
Werkgever had geen aangifte gedaan van verduistering en kon de vertrouwensbreuk onvoldoende onderbouwen. De kantonrechter veroordeelde werkgever tot loondoorbetaling vanaf 22 maart 2012 en tot het toelaten van werknemer tot zijn werkzaamheden, met een dwangsom bij niet-naleving. Het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens dringende reden werd afgewezen, evenals het beroep op een verstoorde arbeidsrelatie.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet wordt nietig verklaard en werkgever wordt veroordeeld tot loondoorbetaling en toelating tot werkzaamheden.