ECLI:NL:RBARN:2012:BW7799
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering inzage facturen in geschil over concurrentie- en relatiebeding na overdracht onderneming
In deze civiele procedure staat een geschil centraal over de naleving van een concurrentie- en relatiebeding na de overdracht van een deel van een onderneming in de autobranche. Verkoper en haar vennoten verkochten per 1 januari 2011 een deel van hun garagebedrijf aan koper, waarbij zij zich verbonden gedurende drie jaar geen concurrerende werkzaamheden te verrichten in een bepaald gebied. Tevens werd een relatiebeding opgenomen dat contacten met klanten verbood.
De koper legde conservatoir beslag op facturen van de verkoper over 2010 en 2011 en vorderde inzage in deze facturen om overtredingen van het beding aan te tonen. De rechtbank overwoog dat op grond van artikel 843a Rv inzage kan worden gevorderd indien er een rechtmatig belang bestaat en voldoende concrete feiten zijn gesteld die de vordering kunnen dragen.
De koper stelde dat er ten minste veertien overtredingen waren, maar kon onvoldoende concrete feiten aandragen die het vermoeden van schending onderbouwden. De verkoper betwistte de overtredingen en voerde aan dat veel werkzaamheden onder garantie vielen en dat het beding beperkt was tot een geografisch gebied waar de vermeende overtredingen niet plaatsvonden.
De rechtbank concludeerde dat de koper onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat er sprake was van schending van het beding en daarom geen rechtmatig belang had bij inzage van de facturen. De vordering werd afgewezen. Wel werd een comparitie bevolen om verdere inlichtingen te verkrijgen en te bezien of partijen tot overeenstemming kunnen komen. De proceskosten van het incident werden aan de koper opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot inzage van facturen af wegens onvoldoende concreet bewijs voor schending van het concurrentie- en relatiebeding.