ECLI:NL:RBARN:2012:BW8413
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Herroeping intrekking bijstandsuitkering wegens onvoldoende bewijs hoofdverblijf
Eiseres ontving bijstand van verweerder, die op basis van drie besluiten uit juli 2011 de uitkering herzag en terugvorderde wegens vermeende onjuiste opgave van hoofdverblijf en inkomsten. Verweerder stelde dat eiseres haar hoofdverblijf had verplaatst naar het adres van een ander en een gezamenlijke huishouding voerde, gebaseerd op anonieme tips, waarnemingen en verklaringen.
Eiseres betwistte dit en voerde aan dat zij haar hoofdverblijf niet had verplaatst en dat de waarnemingen onvoldoende en te kortdurend waren om dit te bewijzen. Zij stelde dat haar verklaring verkeerd was geïnterpreteerd en dat het energie- en waterverbruik en de inrichting van haar woning dit bevestigden.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende bewijs had geleverd om de conclusie te ondersteunen dat eiseres haar hoofdverblijf had verplaatst of een gezamenlijke huishouding voerde. De waarnemingen waren te beperkt in tijd en aantal, en de verklaring was dubbelzinnig. Hierdoor was het besluit in strijd met de zorgvuldigheid en motiveringsvereisten van de Awb.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit voor zover het de intrekking en terugvordering betrof, en herroept het besluit. Tevens veroordeelde zij verweerder in de proceskosten van eiseres. Het vonnis trad in de plaats van het vernietigde besluit.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt vernietigd en herroepen wegens onvoldoende bewijs hoofdverblijf.