ECLI:NL:RBARN:2012:BW8526
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Werkgever niet ontvankelijk in kort geding wegens ontbreken spoedeisend belang bij handhaving concurrentiebeding
De werknemer was sinds mei 2008 in dienst bij Euro Advance en had een concurrentie- en relatiebeding in zijn arbeidsovereenkomst. Na opzegging van zijn dienstverband begon hij werkzaamheden bij een concurrerend bedrijf, wat Euro Advance aanvoerde als overtreding van het beding.
Euro Advance vorderde in kort geding een verbod voor de werknemer om in strijd met het beding te werken, maar had ruim zes maanden gewacht met het starten van de procedure, waardoor het spoedeisend belang ontbrak. De kantonrechter verklaarde de werkgever niet ontvankelijk in haar vordering.
De werknemer stelde dat het beding onbillijk was omdat het hem onevenredig belemmerde in zijn arbeidskeuze, mede doordat Euro Advance nauwelijks in zijn opleiding had geïnvesteerd en hem belemmerde in zijn doorgroei. De kantonrechter oordeelde dat het beding onredelijk zwaar woog en schorste het beding voor zover het langer dan zes maanden na einde dienstverband duurde.
Euro Advance werd veroordeeld in de proceskosten, en de vorderingen van de werknemer werden deels toegewezen door de schorsing van het beding. De uitspraak benadrukt het belang van spoedeisendheid bij kort geding en de bescherming van werknemers tegen onredelijke concurrentiebedingen.
Uitkomst: Werkgever Euro Advance wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken spoedeisend belang; concurrentiebeding wordt geschorst voor meer dan zes maanden na einde dienstverband.