ECLI:NL:RBARN:2012:BW8573
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid bij kettingbotsing na inhaal- en remmanoeuvres op tweebaansweg
Op 10 januari 2010 vond een kettingbotsing plaats op een tweebaansweg waarbij meerdere voertuigen betrokken waren. De eiseres reed op de rechterrijbaan achter een vrachtwagen en begon deze in te halen toen de vrachtwagen remde. Een andere auto voerde een inhaalmanoeuvre uit, waarna een slingerende beweging en remactie volgden, resulterend in een botsing.
De rechtbank onderzocht de toedracht aan de hand van getuigenverklaringen, waaronder die van de betrokken bestuurders en passagiers. De verklaringen van de bestuurder en bijrijder van de inhaalauto stonden haaks op die van de eiseres, waardoor de rechtbank de inhaalmanoeuvre niet onrechtmatig achtte. Wel werd vastgesteld dat de bestuurder van de achterste auto onvoldoende afstand hield en niet tijdig kon remmen, wat leidde tot de aanrijding.
De rechtbank oordeelde dat de aansprakelijkheid voor de schade berust bij de bestuurder van de achterste auto en diens verzekeraar, op grond van artikel 19 RVV Pro en artikel 6 WAM Pro. De vorderingen van de eiseres werden deels toegewezen en de proceskosten werden verdeeld tussen partijen. Het meer of anders gevorderde werd afgewezen.
Uitkomst: De verzekeraar van de achterste bestuurder is aansprakelijk voor de schade door onvoldoende afstand houden, de vordering wordt toegewezen.