ECLI:NL:RBARN:2012:BW9332
Rechtbank Arnhem
- Kort geding
- N.W. Huijgen
- Rechtspraak.nl
Beslaglegging en aansprakelijkheid bij geschil over helleboruszaden en veilingopbrengsten
Esposa B.V. vordert opheffing van het conservatoir derdenbeslag dat [gedaagde] B.V. heeft gelegd onder Rabobank en FloraHolland wegens een geschil over de kwaliteit van ingezaaide helleboruszaden. Esposa stelt dat zij niet contractspartij is van [gedaagde] B.V. en betwist aansprakelijkheid voor de schade. [gedaagde] B.V. baseert haar vordering op een rapport van DLV dat stelt dat Esposa de zaden te diep heeft ingezaaid, wat schade heeft veroorzaakt.
De rechtbank oordeelt dat in een kort geding niet kan worden vastgesteld wie de contractspartijen zijn en of er sprake is van een toerekenbare tekortkoming en causaal verband met de schade. De vordering van [gedaagde] B.V. is niet summierlijk ondeugdelijk gebleken. Het beslag blijft daarom liggen, mede omdat het beslag onder Rabobank geen doel heeft getroffen en het belang van [gedaagde] B.V. bij verhaal zwaarder weegt dan het belang van Esposa bij opheffing.
Wel wordt [gedaagde] B.V. veroordeeld om aan FloraHolland te verklaren dat het beslag geen betrekking heeft op opbrengsten van veilingen gehouden na 23 april 2012, omdat toekomstige veilingopbrengsten niet onder het beslag kunnen vallen. Verder wordt [gedaagde] B.V. veroordeeld in de proceskosten en tot betaling van een dwangsom bij niet-naleving van de verklaring.
Uitkomst: Vordering tot opheffing beslag wordt afgewezen; beslag blijft liggen met verplichting tot verklaring over toekomstige veilingopbrengsten.