ECLI:NL:RBARN:2012:BX0657
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.C.G.J. van Well
- N.K. van den Dungen-Dijkstra
- F.M.T. Quaadvliet
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter wegens vermeende vooringenomenheid
Verzoekers dienden een wrakingsverzoek in tegen de rechter in hun civiele zaak, stellende dat de rechter tijdens een comparitiezitting op 13 mei 2012 de schijn van vooringenomenheid had gewekt door onder meer het verzoek tot intrekking van een verweer, het niet stellen van relevante vragen, en het afwijzen van procedurevoorstellen.
De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van de criteria dat wraking slechts mogelijk is bij feiten of omstandigheden die de onpartijdigheid van de rechter kunnen aantasten. De kamer concludeerde dat de door verzoekers aangevoerde punten binnen de grenzen vielen van de vrijheid van de rechter om de regie te voeren tijdens een comparitie.
Ook de vermeende geagiteerde reacties van de rechter en het gebruik van het woord 'fouten' in plaats van 'vermeende fouten' werden niet als aanwijzingen voor vooringenomenheid gezien. De slechte akoestiek en de reactie daarop waren eveneens onvoldoende voor wraking.
De wrakingskamer oordeelde dat er geen uitzonderlijke omstandigheden waren die het vermoeden van onpartijdigheid konden doorbreken en wees het verzoek tot wraking af. Tegen deze beslissing stond geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek tot wraking van de rechter wordt afgewezen wegens onvoldoende aanwijzingen voor vooringenomenheid.