ECLI:NL:RBARN:2012:BX3547
Rechtbank Arnhem
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Voorlopige omgangsregeling tussen vader en minderjarige onder begeleiding moeder
De rechtbank Arnhem behandelde een kort geding over de omgangsregeling tussen een vader en zijn minderjarige kind na beëindiging van de relatie met de moeder. De vader vorderde uitbreiding van de omgangsregeling, waarbij het kind iedere zaterdag drie uur onder begeleiding van de moeder contact zou hebben met hem. De grootouders van vaderszijde verzochten om voeging in de procedure om ook omgang met hen mogelijk te maken.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de grootouders geen rechtens te respecteren belang hadden omdat zij onvoldoende bijkomende omstandigheden stelden die een nauwe persoonlijke betrekking met het kind aantonen. De voeging werd daarom afgewezen. De moeder betoogde dat het hulpverleningstraject via NIM nog liep en dat onbegeleide omgang vanwege zorgen over veiligheid niet verantwoord was.
De rechtbank stelde vast dat de omgangsregeling sinds november 2011 bestond uit twee uur contact per veertien dagen onder begeleiding en dat deze recent was uitgebreid naar vijf uur per veertien dagen. De omgang verliep goed, maar het vertrouwen van de moeder in de vader was beperkt. Gelet op de jonge leeftijd van het kind en het belang van een hechtingsrelatie achtte de rechter een frequente omgang wenselijk, maar wel begeleid om spanningen te voorkomen.
De voorlopige omgangsregeling werd vastgesteld op drie uur per zaterdag onder begeleiding van de moeder, waarbij partijen de exacte tijden in overleg kunnen bepalen. De kosten van de procedure werden tussen partijen gecompenseerd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Vader krijgt voorlopige omgangsregeling van drie uur per zaterdag onder begeleiding van moeder; voeging grootouders wordt afgewezen.