ECLI:NL:RBARN:2012:BX3563
Rechtbank Arnhem
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Beëindiging en vereffening van maatschap logopediepraktijk met geschil over voortzetting en gebruik praktijk
Partijen, beiden logopedisten, waren sinds 1 oktober 2005 verbonden in een maatschap voor het gezamenlijk exploiteren van een logopediepraktijk. De maatschapsovereenkomst voorzag in een opzegtermijn en ontbindingsgronden waaronder gewichtige redenen. In oktober 2011 zegde eiseres de maatschapsovereenkomst op met beëindiging per 1 mei 2012. Vervolgens ontbond gedaagde de maatschap buitengerechtelijk wegens gewichtige redenen en stelde zich op het standpunt dat zij de praktijk mocht voortzetten.
Eiseres stelde dat de samenwerking duurzaam was ontwricht en dat gedaagde met feitelijke uitsluiting van haar de praktijk voortzette, onder meer door eigen bankrekeningen te gebruiken, praktijkgegevens niet meer te delen en concurrentie te voeren via een vennootschap in oprichting. Zij vorderde in kort geding diverse voorzieningen om de praktijkvoering te normaliseren en haar rechten te waarborgen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de maatschapsovereenkomst in ieder geval per 1 mei 2012 was geëindigd door opzegging, dat onvoldoende was komen vast te staan dat de ontbinding door gedaagde terecht was, en dat beide partijen gerechtigd waren zelfstandig de praktijk voort te zetten. De praktijk vormde een ontbonden gemeenschap die moest worden vereffend en verdeeld. Voortzetting door gedaagde met uitsluiting van eiseres was in strijd met redelijkheid en billijkheid. De voorzieningenrechter wees enkele vorderingen van eiseres toe als ordemaatregelen, waaronder het delen van praktijkgegevens, toegang tot administratie en websitebeheer, en het gebruik van het gezamenlijke bankrekeningnummer, en legde een dwangsom op bij niet-naleving.
Uitkomst: De rechtbank beveelt gedaagde om de praktijkvoering te normaliseren en wijst enkele vorderingen van eiseres toe, met een dwangsom bij niet-naleving.