ECLI:NL:RBARN:2012:BX3609
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot oplegging overlijdensrisicoverzekering tegen lagere premie na minnelijke regeling
De zaak betreft een geschil tussen eiser en RVS Levensverzekering N.V. over de hoogte van de premie van een overlijdensrisicoverzekering. Na een comparitie hebben partijen een minnelijke regeling getroffen waarbij RVS een overlijdensrisicoverzekering aanbiedt met een verzekerde som van € 92.500,00 tegen het prijspeil van 2002 met personeelskorting. Het enige geschilpunt bleef de hoogte van de premie.
Eiser stelde dat de premie te hoog was, terwijl RVS aangaf dat de premie van € 86,00 per maand correct was op basis van de overeengekomen uitgangspunten. De rechtbank oordeelde dat de vordering achterhaald was vanwege de vaststellingsovereenkomst en dat er geen grond was om RVS te veroordelen tot het aanbieden van de verzekering tegen de door eiser gewenste lagere premie van € 67,55.
De rechtbank overwoog dat de oorspronkelijke levensverzekering een ander product was met een beleggingscomponent en dat de huidige verzekering een kale overlijdensrisicoverzekering betreft. Ook werd het argument van eiser dat de premie van een andere verzekering lager was, niet overtuigend geacht vanwege verschillen in looptijd en voorwaarden.
De vorderingen werden afgewezen en de proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen af en compenseert de proceskosten, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.