ECLI:NL:RBARN:2012:BX5417
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing conservatoire beslagen op nalatenschapswoning ondanks aanspraak op gebruiksrecht
De rechtbank Arnhem behandelde een verzoek van de vereffenaars van de nalatenschap van een overledene tot opheffing van conservatoire beslagen op een landhuis met bijgebouwen, waaronder een boerderijtje dat in het testament was bestemd voor een zakelijk recht van gebruik en bewoning ten behoeve van een erfgenaam. De woning was verkocht, maar er lagen meerdere conservatoire beslagen op de kadastrale percelen.
De verwerende partij, een erfgenaam, voerde verweer en stelde aanspraak te hebben op het recht van gebruik en bewoning van het boerderijtje, zoals bepaald in het testament, en op de helft van de inboedel. Zij vorderde in een bodemprocedure onder meer de vestiging van dit recht en afgifte van bepaalde goederen. De vereffenaars betwistten het recht op gebruik en bewoning, onder meer omdat de samenwoning was beëindigd en verwezen naar een tekort in de nalatenschap.
De rechtbank oordeelde dat op basis van de voorlopige boedelbeschrijving sprake was van een tekort in de nalatenschap, waarbij de vordering van de verwerende partij deels betrekking had op het gebruiksrecht. Gezien het tekort moest het zakelijk recht van gebruik en bewoning worden omgezet in een geldschuld conform art. 4:218 lid 4 BW Pro. De verkoop van de woning was noodzakelijk om de schulden, waaronder een aanzienlijke hypotheekschuld aan de Rabobank, te voldoen. De rechtbank wees het verzoek van de vereffenaars tot opheffing van de beslagen toe en wees het tegenverzoek van de verwerende partij af. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De rechtbank hief de conservatoire beslagen op de nalatenschapswoning op en stelde dat het zakelijk recht van gebruik en bewoning wordt omgezet in een geldschuld vanwege het tekort in de nalatenschap.