ECLI:NL:RBARN:2012:BX6339
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontslag kennelijk onredelijk wegens schending hoor en wederhoor en onvoldoende onderbouwing
Eiser trad in 2004 in dienst bij gedaagde en was statutair directeur met een salaris van €9.241,51 bruto per maand plus bonus. In 2011 verslechterden de bedrijfsresultaten en ontstond onvrede over het functioneren van eiser. Op 26 oktober 2011 werd eiser onverwacht geschorst zonder dat hij was gehoord, en kort daarna werd het ontslag per direct als bestuurder en per 1 februari 2012 als werknemer besloten.
Eiser stelde dat het ontslag kennelijk onredelijk was omdat hij niet was gehoord, het besluit al genomen was vóór de BAVA, en er geen goede reden was voor ontslag. Gedaagde voerde aan dat de slechte financiële resultaten en het functioneren van eiser het ontslag rechtvaardigden. De rechtbank vond dat de schorsing en ontslagprocedure niet volgens de wettelijke voorschriften verliepen en dat gedaagde onvoldoende had aangetoond dat eiser verwijtbaar was voor de slechte resultaten.
De rechtbank oordeelde dat het ontslag kennelijk onredelijk was en dat eiser recht had op een vergoeding. Het Sociaal Plan was niet van toepassing omdat de arbeidsplaats van eiser niet verviel. De vergoeding werd vastgesteld op €90.000 bruto, gelijk aan het inkomensverlies over een jaar, plus €1.788 aan buitengerechtelijke kosten. De proceskosten werden aan gedaagde opgelegd. Het verzoek om een voorschot werd afgewezen omdat de hoofdzaak reeds kon worden beslist.
Uitkomst: Ontslag wordt kennelijk onredelijk verklaard en eiser krijgt een schadevergoeding van €90.000 bruto plus kosten.