ECLI:NL:RBARN:2012:BX6366
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Voorwaardelijke gevangenisstraf en werkstraf voor feitelijk leidinggeven aan bedrieglijke bankbreuk
Verdachte werd beschuldigd van feitelijk leidinggeven aan bedrieglijke bankbreuk in de periode van augustus 2006 tot augustus 2008 bij een failliete vennootschap. Hij had de onderneming feitelijk geleid, ondanks dat hij formeel niet meer als directeur stond ingeschreven, en had geen deugdelijke administratie gevoerd of overgelegd aan de curator.
De rechtbank oordeelde dat verdachte verantwoordelijk was voor het onttrekken van twee voertuigen aan de boedel en het niet voeren van een correcte administratie, waarmee de schuldeisers werden benadeeld. Verdachte werd vrijgesproken van het feitelijk leidinggeven aan het onttrekken van geldbedragen en andere voertuigen, omdat dit niet wettig en overtuigend bewezen kon worden.
De rechtbank hield rekening met de ernst van de feiten, de rol van verdachte als stroman en aandeelhouder met feitelijke zeggenschap, en de overschrijding van de redelijke termijn. De opgelegde straf bestond uit een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden, een werkstraf van 120 uur en een proeftijd van drie jaar.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden en een werkstraf van 120 uur wegens feitelijk leidinggeven aan bedrieglijke bankbreuk.