ECLI:NL:RBARN:2012:BX6374
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wegens niet-betaling griffierecht bij voeging in vrijwaringszaak
Stramit c.s. verzocht zich te mogen voegen in een vrijwaringszaak die voortvloeit uit een hoofdzaak waarin zij partij is. De rechtbank oordeelde dat Stramit c.s. het verschuldigde griffierecht niet binnen de voorgeschreven termijn van vier weken na instelling van haar vordering tot voeging had betaald, zoals vereist in artikel 5 van Pro de Wet griffierechten burgerlijke zaken (Wgbz).
Stramit c.s. betoogde dat zij geen griffierecht verschuldigd was omdat zij reeds griffierecht had voldaan in de hoofdzaak. Dit verweer faalde omdat de Wgbz expliciet bepaalt dat bij voegingszaken de te voegen partij zelf griffierecht moet betalen. Het feit dat de vrijwaringszaak voortvloeit uit de hoofdzaak waarin Stramit c.s. partij is, maakt dit niet anders.
Op grond van artikel 219a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) verklaarde de rechtbank Stramit c.s. niet ontvankelijk in haar vordering tot voeging. Er waren geen feiten of omstandigheden die een uitzondering op deze regel rechtvaardigden, zoals een onbillijkheid van overwegende aard volgens artikel 127a lid 3 Rv.
Daarnaast werd Stramit c.s. veroordeeld in de proceskosten van het incident, waaronder de kosten aan de zijde van Profine, Arcelormittal c.s. en Recubrimientos, alsmede de nakosten voor advocaatkosten. De veroordelingen werden uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Stramit c.s. wordt niet ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht en veroordeeld in de proceskosten.