ECLI:NL:RBARN:2012:BX7024
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- N.W. Huijgen
- Rechtspraak.nl
Bestuurdersaansprakelijkheid wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur leidt tot veroordeling tot betaling boedeltekort
De rechtbank Arnhem behandelde een zaak waarin de curator van een failliete besloten vennootschap de bestuurder aansprakelijk stelde op grond van artikel 2:248 BW Pro wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur. De vennootschap leed vanaf 2008 structureel verlies, had een negatief eigen vermogen en was afhankelijk van tijdelijke financiering. De bestuurder had onder meer de huur van materieel exorbitant verhoogd, ingeschreven op verliesgevende aanbestedingen en selectieve betalingen gedaan aan groepsmaatschappijen en zichzelf.
Een belangrijk punt was dat de bestuurder tijdens de voorlopige surseance een bedrag van €400.000 had laten parkeren op een bankrekening van een aan hem gelieerde vennootschap, waardoor de vennootschap een debetstand kreeg en niet aan haar verplichtingen kon voldoen. De rechtbank oordeelde dat de bestuurder deze gelden had moeten melden en direct beschikbaar stellen aan de vennootschap, en zich had moeten verzetten tegen de omzetting van surseance in faillissement.
De rechtbank verwierp het verweer van de bestuurder tot matiging van de aansprakelijkheid, onder meer omdat hij niet verzekerd was en selectieve betalingen had gedaan. De curator werd toegewezen een bedrag van €2,5 miljoen, met verwijzing naar schadestaat voor het meerdere. Tevens werd de bestuurder veroordeeld in beslag- en proceskosten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De bestuurder is aansprakelijk voor het boedeltekort en veroordeeld tot betaling van €2,5 miljoen plus rente en kosten zonder matiging.