ECLI:NL:RBARN:2012:BX7028
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontslag van instantie wegens niet tijdig betalen griffierecht ondanks beroep op hardheidsclausule
Exology Holding B.V. heeft een civiele procedure gestart tegen een gedaagde zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland. De zaak werd op 6 juni 2012 voor het eerst behandeld, waarna zij werd aangehouden voor het uitbrengen van een herstelexploot. Volgens artikel 3 lid 3 van Pro de Wet griffierechten burgerlijke zaken moest het griffierecht binnen vier weken na de eerste uitroeping van de zaak zijn betaald, uiterlijk op 4 juli 2012.
De advocaat van Exology gaf toe dat de betaling te laat was verricht en deed een beroep op de hardheidsclausule van artikel 127a lid 3 Rv, stellende dat hij ervan uitging dat het griffierecht pas na het herstelexploot verschuldigd was en dat toepassing van de hardheidsclausule billijkheid vereiste gezien de onbekende verblijfplaats van de gedaagde.
De rechtbank oordeelde dat deze omstandigheden niet zwaar genoeg wogen om het bepaalde in artikel 127a lid 2 Rv buiten toepassing te laten. De verantwoordelijkheid voor tijdige betaling lag bij de advocaat, die geacht wordt kennis te hebben van de wettelijke termijnen en gevolgen van overschrijding. Omdat het griffierecht niet tijdig was betaald en het beroep op de hardheidsclausule faalde, werd de gedaagde ontslagen van instantie en werd Exology veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Gedaagde wordt ontslagen van instantie wegens niet tijdige betaling van griffierecht en beroep op hardheidsclausule faalt.