ECLI:NL:RBARN:2012:BX7315
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijwaringvordering onvoldoende onderbouwd in faillissementszaak
In deze civiele procedure bij de rechtbank Arnhem vorderen eisers vrijwaring met betrekking tot het faillissement van een onderneming. De rechtbank constateert dat eisers hun stellingen niet hebben aangepast ondanks de gelegenheid daartoe en dat zij onvoldoende feiten hebben gesteld die de aansprakelijkheid van gedaagden onderbouwen.
Eisers beriepen zich op getuigenverklaringen uit de hoofdzaak, maar zonder nadere toelichting acht de rechtbank deze onvoldoende om de oorzaak van het faillissement aan gedaagden toe te rekenen. Gedaagde heeft een uitvoerig gemotiveerd verweer gevoerd, waarop eisers niet adequaat hebben gereageerd.
Om proces-economische redenen besluit de rechtbank eisers nog een laatste mogelijkheid te bieden om hun vordering nader te onderbouwen en te reageren op het verweer van gedaagde. De verdere beslissing wordt aangehouden totdat deze aanvullende stukken zijn ingediend en beantwoord.
De zaak wordt op 26 september 2012 opnieuw op de rol gezet voor het nemen van een akte door eisers, waarna gedaagde vier weken later kan reageren. Dit vonnis is gewezen door mr. J.D.A. den Tonkelaar en in het openbaar uitgesproken op 29 augustus 2012.
Uitkomst: De vordering in vrijwaring wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing, maar eisers krijgen een laatste kans om hun stellingen aan te vullen.