ECLI:NL:RBARN:2012:BX7843
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- L. van Gijn
- Rechtspraak.nl
Onmiddellijke overplaatsing van politieagenten wegens ongewenste werkcultuur en dienstbelang
In deze bestuursrechtelijke zaak stonden de overplaatsingsbesluiten van acht politieagenten centraal, die op grond van artikel 64 Barp Pro met onmiddellijke ingang werden overgeplaatst vanwege een ongewenste subcultuur binnen hun teams. De korpsleiding stelde dat deze medewerkers een negatieve invloed hadden op de werkcultuur en de organisatieontwikkeling belemmerden.
Eisers voerden aan dat zij zich niet schuldig hadden gemaakt aan het geschetste gedrag en dat hun overplaatsing niet redelijk was, mede vanwege de toegenomen reistijd en kosten. De rechtbank stelde vast dat verweerder voldoende aannemelijk had gemaakt dat er sprake was van een bijzondere situatie met een onhoudbare werkcultuur en dat minder ingrijpende maatregelen geen effect hadden gehad.
De rechtbank concludeerde dat de onmiddellijke overplaatsing noodzakelijk was in het belang van de dienst en dat de toegewezen functies passend waren. De beroepen werden daarom ongegrond verklaard. De uitspraak werd gedaan door rechter L. van Gijn op 20 september 2012.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en bevestigt de onmiddellijke overplaatsing van de politieagenten wegens dienstbelang.